VERDWAALD IN DORDRECHT
een tentoonstelling van Peter Spaans en Hans Eijkelboom
in het CBK Centrum Beeldende Kunst te Dordrecht
van 11 september - 10 oktober 1999
Gerrit Willems in zijn openingswoord op 11 september 1999
bij de tentoonstelling 'Verdwaald in Dordrecht'
in het CBK, Centrum Beeldende Kunst te Dordrecht.
Gerrit Willems is de directeur van het CBK.
Dames en heren,
Hartelijk welkom bij de opening van de tentoonstelling 'Verdwaald in Dordrecht' van Peter Spaans en
Hans Eijkelboom.
Op de uitnodiging voor deze tentoonstelling staat aangekondigd dat ik een openingswoord zou spreken,
maar die regel is eerlijk gezegd een beetje blijven hangen. Eigenlijk had hier Okwui Enwezor moeten
staan, de Nigeriaanse tentoonstellingsmaker die de 11de Biennale van Kassel zal samenstellen.
Okwui is een bewonderaar en kenner van het werk van de beide kunstenaars, en hij zou - ik meen vorig
jaar- een tentoonstelling van hen maken in New York. Dat is er door alle drukte niet van gekomen en hij
heeft in zijn huidige functie om begrijpelijke redenen ook geen tijd om hier te zijn.
Een tweede openaar, de Chinese curator Hou Hanru, kon ook niet komen wegens drukke werkzaam-
heden. Hij was de samensteller van de tentoonstelling 'Unlimited.nl/2', vorig jaar in de Appel in Amsterdam,
waaraan Peter Spaans meedeed. Ook Hou Hanru kent het werk van Peter Spaans en Hans Eijkelboom
goed.
U vraagt zich misschien af waarom ik het nodig vind om u te vertellen wie er niet de tentoonstelling kon
openen. Dat is niet een kwestie van 'name-dropping'. Ik wil daarmee maar aangeven dat het werk van
Spaans en Eijkelboom buiten Nederland zeker zoveel aandacht trekt als in eigen land. In het geval van
Spaans zelfs nog meer.
Zelf vind ik dat opmerkelijk als je ziet welke foto's deze kunstenaars maken. Blijkbaar zijn foto's van het
alledaagse leven en van de architectuur van middelgrote Nederlandse steden, en zeker voor
internationale begrippen zelfs tamelijk kleine steden, zoals Arnhem en Dordrecht (en voor het gemak zet ik
daar ook maar even Amsterdam bij) in de ogen van de genoemde globetrotters meer dan foto's die alleen
lokale overstijgen.
Het soms typisch Nederlandse van een stad en van het leven in die stad, zegt blijkbaar ook iets over het
aanzien van en het leven in de stad overal in de westerse samenleving. Daarom zijn de foto's van
Arnhem, Dordrecht en Amsterdam zo moeiteloos te combineren met foto's die in New York zijn genomen.
Je ziet het verschil wel - al moet je daar soms wel even goed voor kijken - maar er is zeker ook iets
overeenkomstigs.
Ik denk niet dat die overeenkomsten tussen de beelden van New York en Dordrecht bedoeld zijn als een
directe vergelijking: zo is het in Dordrecht en zo is het in New York. Het gaat veel meer om een visuele
definitie van wat een stad is en van een visuele definitie van het dagelijkse leven in die stad. Peter
Spaans is niet op zoek naar de beelden van een bepaalde stad, maar naar beelden van 'stedelijkheid'.
Hans Eijkelboom brengt met zijn series niet alleen de microcosmos van zijn eigen leven in beeld, maar laat
iets zien van het dagelijks leven van iedereen.
De foto's van Peter Spaans en Hans Eijkelboom tonen plekken, straten, gebouwen, mensen en tekens
die wel van een specifieke lokatie zijn - een winkel in Sterrenburg of het pontje naar Zwijndrecht- maar die
tegelijk werken als emblemen van plekken, straatbeelden en mensen die je overal in de wereld kunt
aantreffen. Ik denk dat Okwui Enwezor en Hou Hanru dat in hun bewondering voor dit werk heel goed
hebben begrepen.
Het zal voor u geen verassing zijn dat ook ik erg hou van de foto's van Hans Eijkelboom en Peter
Spaans. En het zal iedereen wel zo vergaan als mij: Waarom je van iets houdt is moeilijk onder woorden
te brengen.
Ik vind de foto's bijvoorbeeld al mooi als er zo veel op te zien is. Omdat ze je meezuigen in de stad en in
het leven. En omdat ze je aan het denken zetten over de omgeving waarin je dagelijks leeft; de straten,
waardoor je loopt en de mensen die je tegenkomt. Soms maken die foto's mij treurig door het desolate
karakter van een straat, of de uniformiteit van een bepaald soort kleding of gedrag. Soms verzoenen die
fotoÕs mij met het leven door hun liefdevolle blik op de stad en de mensen die daar leven.
Nu is het geloof ik niet de bedoeling dat je die foto's mooi vind. In ieder geval zijn ze niet met die
bedoeling gemaakt. Zowel Hans Eijkelboom als Peter Spaans hanteren een concept. Dat concept of dat
idee is de kern van hun kunst. De foto's zijn het zichtbare resultaat, maar dat resultaat hoeft niet technisch
perfect te zijn en soms mag het uitgesproken amateuristisch lijken.
Gelukkig heeft Ger van elk, een van de vaders van de conceptuele kunst in Nederland, onlangs in NRC
Handelsblad besloten dat je conceptuele kunst ook best mooi mag vinden.
Hans Eijkelboom werkt het meest conceptueel van beiden. De foto's die hij hier laat zien, zijn onderdeel
van een fotografisch dagboek dat hij in 1992 is begonnen en waarmee hij wil doorgaan tot 2007. Elke dag
maakt hij tussen de een en tachtig foto's. Met zijn foto's brengt hij zijn eigen leven in beeld. Hij fotografeert
zo ongeveer alles waarmee hij elke dag in aanraking komt. Dat zijn mensen in hun dagelijkse bezigheden
en vooral het uiterlijk van de mensen. Kleding en uiterlijk, als tekens van een maatschappelijke stratificatie,
hebben altijd een belangrijke rol gespeeld in de projecten van Eijkelboom. Hij fotografeert vrienden en
familie, hij maakt foto's op feestjes, recepties, openingen en allerlei openbare bijeenkomsten. Hij
fotografeert straatbeelden, pleinen, parken, de huizen van een bepaalde stadswijk, winkelinterieurs,
reclame op de televisie. Echt alles. Hij verzamelt zijn materiaal als een antropoloog van het moderne leven
en hij presenteert dat materiaal in series, voorzien van datum en vindplaats. Zo maakt hij zijn eigen kleine
volkenkundig museum.
Het concept of zo u wilt uitgangspunt van Peter Spaans is het doelloos dwalen door de stad. Hij is de
mateloze wandelaar van het stedelijke labyrinth. Waar Eijkelboom precies weet wat hij wil, weet Spaans
niet waar hij heengaat. In dit opzicht is hij geloof ik net zo veel conceptueel kunstenaar als een ouderwets
romanticus. Hij wordt voortgedreven door nieuwsgierigheid naar dat vreemde stelsel van straten, stegen,
gangen, raadselachtige plekken, overblijfselen uit verleden en de banaliteiten van de eigentijdse
architectuur. Hij bekijkt dit alles met de verwondering van de buitenstaander. Hij presenteert zijn foto's niet
in series maar in tableaus, die net zulke labyrinten vormen als de steden waar hij door heeft gelopen.
Al herkent iedereen de elementen op de foto's van Peter Spaans, schreef Okwui Enwezor in het boek
'Cream - Contemporary Art in Culture', toch is het niet gemakkelijk om precies te vertellen wat het is. Zijn
werk heeft een documentair karakter, maar het terloopse onartistieke van de foto's - Okwui zegt casual
artlessness- ondermijnt deze documentaire, en vraagt de kijker om de omgeving die hij dacht te kennen
nog eens beter te bekijken.
Dat zou je ook kunnen zeggen van de foto's van Hans Eijkelboom. En net zoals bij het dagboek van
Hans Eijkelboom zijn de foto's van Peter Spaans een doorlopend verslag van een wat zonderling flaneur.
Het is dus heel begrijpelijk dat Eijkelboom en Spaans in projecten samenwerken. Al volgen ze ieder een
heel andere strategie, ze vullen elkaar op een bijzondere manier aan. Ze doen beide verslag van het
leven in de stad. De een kijkt vooral naar de structuur, de ander naar het menselijke gedrag binnen deze structuur.
Ik wil u tot slot graag wijzen op het boekje dat bij deze tentoonstelling is uitgegeven. Het boekje is
misschien al even gewoontjes en onartistiek als de foto's zelf, maar de kans is groot dat dit boekje het
langer uithoudt dan menig glossy koffietafel boek. De oplage is klein dus u moet er snel bij zijn.
Gerrit Willems
'VERDWAALD IN DORDRECHT' (lost in Dordrecht)
uitgever: Under Construction Art Projects, 11 september 1999.
Http://www.xs4all.nl/~unconart
Sponsor: CBK, Dordrecht.
editie: 200.
Tekst in Engels
back to indexpage