HET DILEMMA VAN RUIMTE
Een paar maanden geleden was ik in new York en daar is hetzelfde gebeurd als nu hier in de Hof van Twente:
Het samenvoegen van verschillende gemeenten tot een geheel. New York bestond vroeger ook uit verschillende
gemeenten. De toenmalige bestuurders meenden dat samenvoeging de enige optie was voor deze gemeenten om tot
een ontwikkeling te komen en om verwachte problemen het hoofd te kunnen bieden. En U kent het resultaat.
Ik weet niet wat de bedoelingen van de bestuurders hier
uit de Hof van Twente zijn, maar u kunt inschatten hoe de Hof er over 100 jaar gaat uitzien. En niet alleen de Hof.
Deze maakt namelijk deel uit van Nederland B.V., een grootstedelijk gebied, dat alleen nog maar verder zal indikken
met wegen, gebouwen, kunstwerken; beslag op de ruimte. Is dat erg?
Wat gebeurt er met ons gevoel? Ons denken over ruimte? Met ons zelf? We waren agrariërs, maar zijn dat
niet meer. Dat agrarische gebeurt steeds verder op, in onze naburige landen of verder. Ons land is blijkbaar
aan het veranderen, stedelijker in bepaalde opzichten. Terwijl we ons zeker op privŽ niveau vasthouden aan een
landelijke identiteit. Ook in de stad op straat zijn er bomen te vinden, in parken zelfs in onze huizen: overal
het groen van planten en dergelijke.
Liever niet. Maar ook het platteland is zo afhankelijk geworden van deze
stedelijke ontwikkeling. Wat er geproduceerd wordt op het platteland aan eten moet worden afgezet in de steden. Want
daar is de massa te vinden, die de producten aanschaft. En in de fabrieken, te vinden op fabrieksterreinen, staan de
machines te wachten op de boeren, die deze nodig hebben om het land te bewerken. We zijn van elkaar afhankelijk.
als
symbool voor verstedelijking en op de achtergrond in mijn gedachten de eerste
ervaringen met het Hof van Twente.
een losse verzameling dorpen. Dat was het en
is het nog steeds. Maar nu administratief ŽŽn gemeente. Samengesmeed tot een geheel. Waarbij ik me kan voorstellen dat
dit niet naar ieders instemming is gebeurd. Ten slotte waren het 6 dorpen, elk met een eigen geschiedenis, eigen gemeentehuis,
ambtenaren, je wist wie je voor je had en nu?
Ik loop en fiets er graag door heen. Maar in Amsterdam daarentegen splitsen
ze juist de boel op in kleinere delen, de zogenaamde stadsdelen, om dichter bij de burger te kunnen zijn. Een omgekeerde
beweging in feite.
die
zo groot zijn en op deze schaal niet in Amsterdam zijn te vinden.

Onze omgeving is een flexibel begrip. Iets wat constant aan verandering onderhevig is.
Een verandering die je kan meeslepen in een bepaalde gemoedstoestand of die je doet nadenken over de historie van een gebied of je
een culturele impuls kan verschaffen, maar ook iets waar je door heen moet, gewoon van A naar B.
Een omgeving daar kun je van houden, kritiek op hebben, verachten zelfs, bang voor zijn, je goed bij
voelen, verschrikkelijk vinden. Een breed scala aan ervaringen en emoties.
en in dit geval de ruimte van de gemeente de Hof van
Twente , is haar ruim voorhanden zijnde schoonheid van landschap en landgoederen
en de aanspraak van de bevolking en de bezoekers op dat landschap.
De
verwachting is toch dat binnen 10 jaar de helft van de boeren er mee ophoud. Braak laten liggen? De natuur zijn beloop laten?
Het karakteristieke boerenland zal dan zeker sterk veranderen, verwaarlozen, wellicht verpauperen. Maar wat is er mis aan
verpauperd land? Kan land eigenlijk wel verpauperen?
Ik stel het zo hard om aan te geven dat er diverse belangen in dit gebied met elkaar strijden, moeten strijden
om te overleven. Dit hele verhaal maakt in feite omgeving / landschap. Deze processen van economie, cultuur, historie beï
nvloeden elkaar. Zonder daar een moreel oordeel over te vellen denk ik dat die processen elkaar nodig hebben. Bijvoorbeeld
bepaalde kanalen zijn ontstaan uit economische noodzaak zoals bevoorrading landhuizen en landgoederen, maar hebben nu die
functie verloren en zijn nu uitstekend inzetbaar als toeristisch lokkertje. Met andere woorden: het een heeft het ander nodig.
kost al zoveel in tijd en geld.
Er wordt daardoor ook op een andere manier met een landgoed omgegaan. Zeker zal altijd wel een deel niet of minder
toegankelijk voor het publiek zijn, maar het meeste is gewoon open gesteld. En niet in de laatste plaats vanwege
de economische voordelen die dat biedt. Ook hier geen moreel oordeel: wel stel ik vast dat die openheid een verbetering
is en dat we met zijn allen in staat worden gesteld te genieten van een bepaalde vorm van schoonheid, weerspiegeld
in architectuur, landschap en de vormgeving van de formele en romantische kasteeltuinen.
Er zijn kotjes
van allerlei aard tussen de bomen er worden
tuintjes
aan gelegd op plekken die gewoon bos
horen te zijn. En wat voor de een een verschrikking is, namelijk aantasting van het bos landschap,
is voor de ander een uitkomst. Het mooie van een camping is dat het een miniatuur samenleving vormt, een afspiegeling van
de -bebouwde- maatschappij ( in het hof van Twente).
De mensen voelen zich
hier gelukkig. Ze kunnen bijkomen van de hectiek van de samenleving waaruit ze komen. Ze laten voor dat moment de maatschappij
achter zich en denken zich in hoe goed ze zich voelen en hoe goed ze het hebben. De romantiek van het aardse, het dichter bij
de natuur staan, en weinig comfort,( die de maatschappij hun wel biedt, en wat verloren gaat op de
camping) ervaren de mensen als extra, als puur. 
en doorsneden door een kanaal.
Ik weet nog goed hoe ik in de krant las dat ze wat kleine spoorlijntjes in Noord Friesland (in Nederland) wilden gaan opheffen en
vervangen door buslijnen, die natuurlijk wel rendabel zouden zijn.
En dat is zo belangrijk. Zonder spoor voelde men zich letterlijk
afgesneden van de buiten wereld. Alhoewel er altijd commerciële belangen aan de ontwikkeling van een spoorlijn liggen,
is toch een grote taak weggelegd als verbinding naar een betere wereld, de utopie.


Eerst een kanaal welke dorp en
stad verbond, nu een barrière binnen in een (nieuwe) gemeenschap. Hoe gaat dit kanaal nu ervaren worden?
Aan de ene kant hebben we de stadjes / dorpen Goor, Delden en
Markelo met de spoorbaan en de belangrijkste provinciale weg en aan de andere kant Diepenheim, Bentelo en Hengelvelde
in een veel landelijker omgeving gesitueerd.
, Kunst
en Nijverheid
Daar hebben we naar gekeken en hoe. Langer dan een
maand zelfs.
een kasteel,
rijp op de grond.
Dat soort dingen. Het leek ons goed niet in herhaling te vallen
wat anderen voor ons deden en na ons zullen gaan doen. Dan zou je een opdracht als deze moeten herschrijven of een natuur
fotograaf, een sociaal geograaf of een antropoloog aan het werk moeten zetten en vragen: Openbaar ons gebied! 

Daar komen we vooral
mee in aanraking en daar zetten we als vanzelf onze zintuigen op scherp. Dat is de basis van waaruit wij onze wereld kunnen
zien en verkennen en beoordelen.
Wij maken dat zichtbaar in een nerveuze mix van associatieve vervlechting
van beeld materiaal, ontdekt, hier, in de Hof van Twente.
Geen toeristisch naslagwerk als
bewijs of als onmacht. Zie hier ons commentaar, onze kijk onze observatie. We hebben gekozen voor uitsluitend beeld. Beeld als beeld.
Niet functionerend bij een verhaal. Geen illustratie. Het gaat om andere zintuigen. Er wordt een beroep gedaan op gevoel,
associatie, passie, mededogen, herkenning, verdriet, blijdschap.
maar op de alledaagsheid.
En hierin lieten we ons verrassen en verbazen en vragen we
de kijker om de omgeving die hij dacht te kennen nog eens beter te bekijken.
Het mooie is dat de beschouwer moet
gaan bladeren en niet in staat is om alle beelden in ŽŽn oogopslag te kunnen zien. Je kunt dus richting geven aan de manier
van kijken van de beschouwer. Hier op deze dia ziet u de omslag. We hebben duidelijk niet gekozen voor de vorm van een
historisch verantwoord werk waarin de Hof van Twente als beeld zo helder en duidelijk mogelijk uit de verf komt en ook
hebben we niet voor een vorm gekozen waar toeristen mogelijkerwijze veel aan zouden hebben. We hebben gekozen voor een vrije vorm,
waarin we aandacht konden schenken aan onze manier van kijken en beschouwen. Zonder ook maar het idee te hebben volledig te zijn.